Zonnepanelen kunnen voortaan daadwerkelijk vrijwel altijd zonder stedenbouwkundige vergunning worden geplaatst. Hoe zit het nu juist? Ten eerste is al eerder het plaatsen van zonnepanelen op een dak in veel gevallen vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning (zie art. 3 5° van het Vrijstellingenbesluit, na 1 december art. 2.1 van het nieuwe Vrijstellingenbesluit, zie bericht 6). Deze vrijstelling gold echter niet voor zover er een strijdigheid is met de stedenbouwkundige voorschriften in ruimtelijke plannen of de voorschriften van de verkavelingsvergunningen. Omdat in dergelijke voorschriften vaak het materiaalgebruik wordt geregeld, kon in gebieden die gedekt zijn door een dergelijk plan of een verkavelingsvergunning toch geen vrijstelling gold een geen vergunning kon worden verleend.
In verkavelingen was daarom tot voor kort in bepaalde gevallen de plaatsing van een zonnepaneel maar mogelijk na het aanvragen en verkrijgen van een afwijking. Vanaf 19 augustus is (in art. 4.4.1 VCRO) per decreet bepaald dat zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak niet beschouwd worden als afwijkend van de stedenbouwkundige voorschriften, tenzij expliciet anders is bepaald in een BPA, ruimtelijk uitvoeringsplan of verkavelingsvergunning. Dit betekent dat dus géén vergunning meer nodig voor de plaatsing van een zonnepaneel en deze panelen zó geplaatst kunnen worden, tenzij er een stedenbouwkundig voorschrift is die de plaatsing expliciet verbiedt. Voor alle veiligheid informeert een burger zich best vooraf bij de gemeente of er nog specifieke stedenbouwkundige voorschriften zijn.