duurzaamheidbiodiversiteitGEELGORSBeschrijving De geelgors is ongeveer zo groot als een mus. Het mannetje is felgeel, het vrouwtje is doffer van kleur. Leefgebied Deze akkervogel verkiest een landschap met (graan)akkers, bloemrijke graslanden, hagen, stukjes braak en brede bermen. Hij blijft altijd in de nabijheid van hagen of bosranden om in te vluchten. De geelgors is over het algemeen geen trekvogel. 's Winters komen er wel een klein aantal noordelijke trekvogels bij. In onze streek kan je de geelgors vooral in Binkom spotten. Voedsel In de lente en de zomer bestaat het menu uit insecten, de rest van het jaar vooral uit zaden en graan. Nest De geelgors verstopt zijn nest dicht tegen de grond in hoog gras. Er zijn meestal twee broedsels per jaar, tussen eind april en eind augustus. Zang De geelgors roept ‘tsik' en ‘twitik' soms met een rollende prullullu. Zijn zang klinkt als ‘titititi tèèèèh', en vlug tsi-tsi-tsi-tsi-tsièèèèh. Op de tonen van de 5e symfonie van Beethoven zingt hij: "Geef me een pintje biiiiieeeeer!" Bedreigingen De geelgors is in 30 jaar tijd met maar liefst 80% achteruitgegaan. De grootste oorzaken zijn het verdwijnen van zadenrijke graanstoppels en van kleine landschapselementen zoals hagen en houtkanten. Relevante itemsklimaat en energiebiodiversiteit eerlijke handel participatie suggesties projecten |
InfoOpeningsurenMaandag t.e.m. vrijdagvan 08u30 tot 11u55 Dinsdag en woensdag: Van 12u30 tot 16u00 Donderdagavond van 17u30 tot 19u45 ContactGemeente LubbeekGellenberg 16 3210 Lubbeek Tel. 016 47.97.52 duurzaamheid@lubbeek.be |