Composteren

Wat is compost?

Compost is een donker, zwart-bruin, kruimelachtig materiaal dat naar bosgrond ruikt. Het is een humusproduct dat levende organismen bevat en mineralen die kunnen dienen als voedsel voor de planten. Door de compost te gebruiken in de tuin verbetert de structuur van de tuingrond zodanig dat deze luchtiger wordt. Hierdoor krijgt de tuingrond de mogelijkheid om meer water en voedingsstoffen op te nemen.

Verschillende systemen van composteren

Er zijn 3 systemen om te composteren : compostbakken, compostvaten en een wormenbak. Elk systeem richt zich tot een andere doelgroep :

Een compostbak is bedoeld voor gezinnen die een grote tuin hebben of voor scholen die een schooltuin hebben. Ook scholen die zich uitroepen tot fruitschool zijn geschikte kandidaten.
Een compostvat is meer geschikt voor gezinnen die minder tuinafval hebben maar wel groente- en fruitafval.
Een wormenbak is enkel geschikt voor gezinnen die geen tuinafval hebben, zoals voor appartementbewoners, maar wel een beperkte hoeveelheid groente- en fruitafval. Een wormenbak is geschikt voor te plaatsen in een kleine refter waar geen warme maaltijden worden geserveerd.
Dus afhankelijk van het soort en de hoeveelheid materiaal kiest men een systeem.

Welke materialen zijn composteerbaar?

WEL composteerbaar:

Aardappelschillen, schillen van citrusvruchten, groenten- en fruitresten, , eierschalen, notendoppen, theebladeren en zakjes, koffiedik met filter, keukenrolpapier, etensresten (kleine hoeveelheden), mest van planteneters, verwelkte snijbloemen, versnipperd snoeihout, dennennaalden, zaagmeel en houtkrullen (kleine hoeveelheden), grasmaaisel, herfstbladeren, onkruid

NIET composteerbaar:

Behandeld timmerhout, grof ongesnipperd snoeihout, beenderen en dierkarkassen, wegwerpluiers, aarde, zand, klei, saus, vet, olie, frituurvet, as van de open haard, houtskool, kunststof, aardewerk, porselein, metaal, blik, mest van honden en katten, kattenbakvulling, stof uit de stofzuigerzak

De gemeente Lubbeek stelt compostbakelementen te koop aan een voordelige prijs aan elke inwoner van de gemeente.

De hamvraag blijft bij een aantal mensen: Composteren, hoe doen we dat nu?

Vooreerst zet men elk compostelement (1 per zelfbouwpakket) met de bijhorende schroeven in elkaar. Er worden 3 of 4 elementen op elkaar geplaatst voor de bouw van een compostbak.
Het vullen van de bak gebeurt het best in lagen. Onderaan brengt men een laag van 15 à 20 cm bruin materiaal aan: dit is stug en droog materiaal zoals niet te grof snoeihout of houtsnippers. Daarna brengt men een laag groen materiaal aan: dit is zachte en waterhoudend materiaal zoals het groente- en fruitafval, verwelkte bloemen, ...  Op elke laag groen materiaal brengt men weer een laag bruin materiaal, enzovoort.

Wat moeten we doen als de compostbak vol is?
Op dat ogenblik is het materiaal in uw bak nog maar half verteerd dus nog geen compost. Daarom moet de inhoud van de bak omgezet worden. Voorzichtig worden alle elementen één voor één van elkaar gehaald en terug opgebouwd tot een bak. Dan krabt men van boven naar beneden met de tanden van een riek krachtig het materiaal los en schep het terug in de bak. Waarom is dat nodig vraagt u zich misschien af? Welnu, het zijn micro-organismen en bodemdiertjes die zorgen voor de eigenlijke afbraak van het materiaal. Deze diertjes hebben lucht nodig om hun werk te kunnen verrichten. Door het mengen brengt men lucht in het geheel. Tijdens het terug in de bak scheppen van het materiaal, moet men de vochtigheid controleren. Dat kan gemakkelijk via de knijptest: neem een hoeveelheid materiaal uit de binnenkant van de bak en knijp het geheel in je vuist:

als het materiaal te vochtig is (de vloeistof druppelt tussen de vingers), mengt men het met houtsnippers;
als het materiaal te droog is (er verschijnt helemaal geen druppel tussen de vingers), voegt men water toe.
In de bak zal in korte tijd broei ontstaan die de compostering versnelt.
Na 3 à 4 maanden herhaalt u de hele procedure nogmaals. Na 9 tot 12 maanden heeft u dan als eindproduct afgerijpte, kruimelige en voedzame compost.

Het compostvat

Men plaatst het vat bij voorkeur op een plek zodanig dat de ochtendzon erop schijnt. Door de warmte zal het composteerproces sneller verlopen. De bodemplaat kan men best plaatsen op een effen, verharde ondergrond zodanig dat deze plaat niet verzakt in de grond. In de bodemplaat zijn er gaatjes die ervoor zorgen dat er luchttoevoer is in het vat. Langs diezelfde gaatjes kunnen bodemdiertjes in het vat kruipen voor het organisch materiaal te verteren. Het vullen van het vat gebeurt op dezelfde manier als de compostbak. Een noodzakelijk hulpmiddel is de beluchtingstok. Al het materiaal drukt op elkaar zodat de lucht er als het ware wordt uitgeperst. Lucht is een belangrijk aspect om het composteerproces op gang te houden. Daarom steekt men 1 à 2 keer per week de beluchtingstok op verschillende plaatsen in het compostvat en draait men het een kwartslag vooraleer men de stok eruit trekt.
Als het compostvat gevuld is, handelt men precies zoals hierboven beschreven bij de compostbak.

De wormenbak

Composteren in een wormenbak is vrijwel de moeilijkste manier. Een frequent gebruikt model van de wormenbak is de monobak. Onderaan de bak wordt een geperforeerde grondplaat geplaatst die op 10 cm van de bodem van de bak komt. Op de grondplaat komt een snipperlaag van een 5-tal cm: bruikbare materialen zijn gekapt stro, fijne loofhoutsnippers, dorre stengels van planten en kruiden. Daarboven wordt een laag half verteerd materiaal en de compostwormen gelegd. Tenslotte komt er een 5 cm dikke laag vers keukenafval op. In de volgende periode van 2 tot 3 weken hoeven de wormen geen voedsel bij te krijgen. Ze moeten wennen aan de nieuwe situatie en ze verteren het aangebracht materiaal. Als deze periode achter de rug is mogen de wormen gevoerd worden met groenten- en fruitresten, thee en koffiedik, geplette eierschalen, verwerkte bloemen,... Bij het verteringsproces ontstaat er na een maand een donkere vloeistof of percolaat: dit is vloeibare compost. Het percolaat vloeit door de gaatjes van de grondplaat tot op de bodem van de wormenbak. Via een kraantje kan het percolaat worden afgetapt. Met een verdunning van 1 op 10 (1 liter percolaat aanvullen met 10 liter water) kan het worden gebruikt als voedselbron voor kamerplanten.
Na een 9-tal maanden kan men de compost oogsten: de bovenste laag niet en half verteerd materiaal haalt men eruit en legt men opzij. Onder deze lagen ligt de weliswaar natte compost. Weer strooit men op de grondplaat een snipperlaag en daarboven legt men het half en niet verteerd materiaal dat daarnet uit de wormenbak is gekomen.