Gezinszorg

Gezinnen of alleenstaanden die omwille van geestelijke en/of lichamelijke ongeschiktheid of wegens bijzondere sociale omstandigheden ondersteuning nodig hebben in de woonsituatie, kunnen beroep doen op gezins- en bejaardenhulp. De hulp kan preventief, herstellend, verzorgend of palliatief zijn. Bij jongere gezinnen is de hulp meestal tijdelijk. De dienst kan hulp bieden als kraamhulp bij een geboorte of tijdens de herstelperiode van een ziekte of ongeval.

Het doel van de dienst is dat de hulpvrager zolang mogelijk thuis kan blijven wonen en dat een opname in een ziekenhuis of in een gespecialiseerde instelling zolang mogelijk kan uitgesteld worden. De dienst gezinszorg biedt hulp op maat aan. Er wordt samen met de cliënt bekeken hoeveel en wanneer er best hulp geboden wordt. 

Voorwaarden

De duur en de aard van de hulp is afhankelijk van de noden en de behoeften van de hulpvragers.

Procedure

U kan schriftelijk, telefonisch of persoonlijk een aanvraag richten aan het OCMW. Ook familie, vrienden, buren of professionele hulpverleners (vb. dokters, verpleegsters) kunnen dit voor u doen.

 Na uw aanvraag krijgt u bezoek van het bevoegd begeleidend personeelslid. Deze persoon zal samen met u een dossier zal opmaken. Er wordt een inventaris opgemaakt van uw sociale en financiële situatie en afspraken rond onder andere taakinhoud; kostprijs van de aangeboden hulp; startdatum; intensiteit van de hulpverlening; eventuele samenwerking met andere diensten.

Het bevoegd begeleidend personeelslid is uw eerste aanspreekpunt. U kan bij hem/haar terecht voor alle vragen in verband met de zorgverlening. Een goede samenwerking met andere diensten is zeer belangrijk voor het OCMW. Daarom kan het zijn dat wij informatie uitwisselen met andere zorgverleners, dit telkens binnen de grenzen van het gedeeld beroepsgeheim.

Bij het begin van de zorgverlening wordt er afgesproken wanneer de zorg eindigt en/of geëvalueerd zal worden.

Kostprijs

De bijdrage voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg wordt vastgesteld aan de hand van de gezinssamenstelling en het maandelijks netto inkomen. Op basis van het inkomen wordt de bijdrage per uur vastgesteld volgens een officiële schaal van het ministerie van volksgezondheid en welzijn.

 

Reglement

Belangrijkste regelgeving: 

- Woonzorgdecreet van 13 maart 2009

- Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers  

- Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers + Bijlage I. Diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg

- Ministerieel Besluit van 26 juli 2001 tot vaststelling van het bijdragesysteem voor de gebruiker van gezinszorg: Bijlage I. Bijdrageschaal die de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg moeten gebruiken om de gebruikersbijdrage voor gezinszorg te berekenen. Bijlage II. Handleiding om de gebruikersbijdrage voor gezinszorg te berekenen

- Decreet van 18 juli 2008 betreffende de zorg- en bijstandsverlening

- Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2009 tot uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende de zorg- en bijstandsverlening in de thuiszorg

- Protocolakkoord van 14 december 2009 betreffende de relatie tussen zorg- en bijstandverleners van de erkende diensten voor thuishulp en beoefenaars van gezondheidszorgberoepen die werkzaam zijn in de thuiszorg

- Protocolakkoord van 19 februari 2014 betreffende de relatie tussen zorg- en bijstandverleners van de erkende diensten voor thuishulp en beoefenaars van gezondheidszorgberoepen die werkzaam zijn in de thuiszorg

- Decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen

- Ministerieel besluit van 30 november 1999 inzake de kwaliteitszorg in de diensten voor gezinszorg

Wat meebrengen?

- Kleefvignet van de mutualiteit.

- Pensioenfiches / bankafschriften inkomsten / loonfiches / vervangingsinkomens van de laatste 3 maanden.

- Bewijs van eventuele andere inkomsten/tegemoetkomingen.

- Bewijs van intresten op spaarrekening(en)/effectenrekeningen…

- Indien van toepassing: bewijs van onroerende goederen ander dan de eigen woonst; eventuele uitzonderlijke medische onkosten die niet vergoed worden door het ziekenfonds; attest van arbeidsongeschiktheid van FOD Sociale Zekerheid.